Een EVC-procedure is bedoeld om het kennisniveau en/of vakmanschap van een individu in kaart te brengen en de kwaliteiten op waarde te schatten. Met een EVC-procedure kan worden getoetst wat een kandidaat al weet en kan in een bepaald beroep. Dit kan hij/zij in de praktijk hebben ontwikkeld, bijvoorbeeld op de werkplek, thuis, in de vrije tijd of door vrijwilligerswerk. Ook kan het voorkomen dat een (beroeps)opleiding of cursorisch onderwijs is gevolgd.
In een EVC-procedure wordt objectief en in relatief korte tijd de kennis en kunde van de kandidaat vastgesteld en vergeleken met de diploma-eisen van een opleiding of de eisen van een beroep. Dit kan leiden tot vrijstellingen van delen van het curriculum en/of inzicht geven in de onderdelen waar de kandidaat nog aan moet werken.