Op dit moment zijn er ruwweg twee regelingen om het opleiden binnen leerbedrijven te stimuleren.
BBL:
Deze regeling geldt voor leerling(werknemers) die in loondienst de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) volgt. Met de regeling "Afdrachtvermindering Onderwijs" heeft u de mogelijkheid om max. € 2.500,- per jaar te verminderen op de afdracht van de loonbelasting.
Deze regeling is alleen van toepassing indien de leerling een arbeidsovereenkomst én een POK heeft afgesloten.
BOL:
Deze regeling geldt voor leerlingen die stage lopen in het kader de BeroepopleidendeLeerweg op niveau 1 of 2 (De regeling geldt niet voor niveau 3 en 4)
Met de regeling "Afdrachtvermindering Onderwijs" heeft u de mogelijkheid om max. € 1.200,- per jaar te verminderen op de afdracht van de loonbelasting.
Deze regelingen kunt u vinden op de website van de belastingdienst.
Van een vacature is sprake wanneer er geen opleiding aan is verbonden. Een BPV-plaats staat voor beroepspraktijkvormingsplaats.
Aan een BPV-plaats is wel een opleiding verbonden.
Dit geldt voor alle mbo-opleidingen binnen uw branche.
Is er sprake van een BBL-opleiding (beroepsbegeleidende leerweg)? Dan gaat de leerling één dag in de week naar een ROC.
De overige dagen heeft de leerling (meestal) een arbeidscontract bij een erkend leerbedrijf. Dit bedrijf verzorgt in feite dus een groot deel van de opleiding tijdens het werk.
Is er sprake van een BOL-opleiding (beroepsopleidende leerweg)?
Dan gaat de leerling fulltime naar een ROC en volgt stages bij een erkend leerbedrijf.
In dat geval is er geen sprake van een arbeidscontract.
Het bedrijf zorgt ervoor dat de leerling routine krijgt in de dagelijkse praktijk in dat wat hij of zij binnen het ROC heeft geleerd.
Inhoud:
Tijdens de training worden de vier rollen van de praktijkopleider uitgediept: de rol van instructeur, begeleider, beoordelaar en organisator. Om deze rollen goed uit te kunnen voeren, moet de praktijkopleider over vijf competenties beschikken. Namelijk: communicatief vermogen, didactisch vermogen, organisatorisch vermogen, reflectief vermogen en vakdeskundigheid. De training is zeer praktijkgericht. De praktijkopleider kan pas naar de training als hij ook daadwerkelijk een leerling begeleidt.
Omvang:
De basistraining duurt twee dagen. In overleg met de opleidingsadviseur kan worden gekozen voor een ééndaagse basistraining waarbij het accent vooral ligt op de communicatieve of didactische vaardigheden. De ééndaagse variant is bedoeld voor praktijkopleiders die bepaalde competenties al eerder hebben verworven. De tweedaagse training bevat het totaalprogramma, gericht op alle vijf competenties.
Meer informatie over onze praktijkopleiderstraining kunt u hier vinden.
Tijd:
Er moet minimaal twee dagen per week een praktijkopleider beschikbaar zijn voor de begeleiding. Het gaat hierbij in totaal om vijftien tot twintig uur, afhankelijk van uw branche. Gemiddeld is de praktijkopleider één á twee uur per dag bezig met intensieve begeleiding.
Geld:
Een leerling is een relatief ‘goedkope’ werknemer. Hij levert minder productief werk dan een volledig opgeleidde vakkracht. ‘Fouten’ die een leerling maakt, kunnen geld kosten. Per leerling kan een bedrag in mindering worden gebracht op af te dragen premies met betrekking tot loonbelasting. Kijk op de website van de Belastingdienst of vraag uw accountant om advies.
Om zeker te stellen dat leerbedrijven in staat zijn leerlingen te begeleiden en te scholen, moeten ze aan een aantal criteria voldoen.
Het gaat hierbij om vakinhoudelijke bekwaamheden, faciliteiten en tijdsinvestering en een aantal algemene maatstaven voor de opleidingskwaliteit.
Volgens de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) heeft het Kenniscentrum Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (KBB) de taak bedrijven hierbij te ondersteunen.
Het KBB SVGB heeft opleidingsadviseurs in dienst die bedrijven en praktijkopleiders kunnen begeleiden en adviseren bij hun taak in de BPV.
Deze opleidingsadviseurs helpen bedrijven bovendien aan de gestelde kwaliteitseisen te voldoen. De eisen waaraan leerbedrijven moeten voldoen zijn opgenomen in de erkenningscriteria.
Deze criteria zijn in samenwerking met de sociale partners binnen de branche opgesteld. Bedrijven die voldoen aan de erkenningscriteria worden opgenomen in het Register Erkende Leerbedrijven.
Het KBB beheert dit register en publiceert dit op schrift en via haar website. Op die manier is voor iedereen duidelijk welke bedrijven in aanmerking om leerlingen op te leiden.
U heeft geen vooropleiding nodig. Als praktijkopleider moet u bereid zijn om mee te werken aan uw eigen ontwikkeling.
De vijf competenties waar u als praktijkopleider over moet beschikken, zijn:
- Communicatief vermogen;
- Vakdeskundigheid;
- Organisatorisch vermogen;
- Kunnen terugkijken op wat uzelf en de leerlingen hebben geleerd;
- Vermogen om kennis en vaardigheden over te dragen.
Neem contact op met uw opleidingsadviseur. Hij of zij kan samen met u bepalen hoe u het beste kunt werken aan uw eigen ontwikkeling.
Van u als praktijkopleider wordt verwacht dat u leerlingen kunt begeleiden en beoordelen.
De kennis en vaardigheden die u daarvoor nodig heeft, kunt u met de opleidingsadviseur bespreken.
Daarnaast is het mogelijk samen met de opleidingsadviseur een plan te maken om deze kennis en vaardigheden te verbeteren.
Zonodig kunt u een praktijkopleiderstraining volgen. Neemt u hiervoor contact op met uw opleidingsadviseur.
U kunt een gesprek aanvragen met één van onze opleidingsadviseurs.
Tijdens dat gesprek legt de opleidingsadviseur uit wat er moet gebeuren.
Er is een aantal voorwaarden die de SVGB aan praktijkopleiders stelt. De opleidingsadviseur zal u vragen of u over de kennis en vaardigheden beschikt die een praktijkopleider nodig heeft, zoals uw eigen vakkennis of de vaardigheid om leerlingen iets bij te brengen.
De opleidingsadviseur kijkt daarnaast samen met u of u nog in bepaalde kennis en vaardigheden kunt groeien. Vervolgens kan een plan worden gemaakt om uw kwaliteiten te verbeteren. Zonodig dient u een training te volgen.