Inslijpateliers
Voor het inslijpen kun je bij glasleveranciers terecht, maar er zijn ook steeds meer zelfstandige inslijpateliers. Er zijn veel inslijpateliers actief op de optiekmarkt. Sommige van deze zelfstandigen doen dit naast hun werk als opticien. Je kunt er vaak ook terecht voor andere reparaties aan een bril, zoals het herstellen van titanium brillen. Een groot deel van de optiekbedrijven maakt gebruik van inslijpateliers. De belangrijkste reden om werkzaamheden uit te besteden aan dergelijke ateliers is de tijdbesparing die het met zich meebrengt; tijd die dan besteed kan worden aan de klant of aan direct omzet genererende werkzaamheden. Daarnaast levert het ook een besparing op in personeels- en materiaalkosten. Of deze voordelen opwegen tegen de hogere totaalkosten en de langere levertijd, is een afweging die steeds moet worden gemaakt[1].
E-commerce
Ondanks de behoefte aan maatwerk en persoonlijk advies speelt e-commerce in de optiekbranche een steeds grotere rol. Hoewel de aanschaf nog grotendeels via de winkel plaatsvindt, oriënteren veel consumenten zich via internet op het aanbod aan artikelen zoals contactlenzen, zonnebrillen en accessoires,[2]
Rond de verkoop van met name contactlenzen via internet heerst nog wel de nodige scepsis. Opticiens zijn er veelal op tegen en zowel het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG) als de Algemene Nederlandse Vereniging van Contactlensspecialisten (ANVC) wijzen op de gevaren van het kopen van contactlenzen via dit medium in verband met de verhoogde risico’s op oogschade. Aankopen van contactlenzen via internet worden ook vaak niet door zorgverzekeraars gedekt. In 2007 heeft het Europees parlement zich gebogen over deze kwestie, maar dit leidde niet tot een verbod op de vrije verkoop van contactlenzen via internet.
Opticiens realiseren zich wel dat onlineverkoop van contactlenzen niet tegen te houden is en dat het belangrijk is om de verkoop langs dit kanaal zoveel mogelijk binnen de optiekbranche te (be)houden. Bovendien biedt het internet veel kansen; de rol van het virtuele kanaal zal toenemen omdat de ontwikkelingen niet stilstaan en nieuwe toepassingen mogelijk worden. Zo is bijvoorbeeld onlangs de ‘digitale paskamer’ geïntroduceerd[3].
Bril- en contactlensvervangende chirurgie
De bril- en contactlensvervangende chirurgie, waarvan ooglaseren slechts een onderdeel uitmaakt, vindt in toenemende mate plaats in zelfstandige behandelcentra. Soms heeft een opticien daar een goede relatie mee, maar er wordt ook veelvuldig geklaagd over het gebrek aan kennis onder de opticiens over de zich sterk profilerende oogmedische zorg.
De mogelijkheid bestaat dat zorgverzekeraars refractiechirurgie in de toekomst verder gaan vergoeden. De oogmedische centra spelen daar nu al op in. Optometristen zijn en worden in de voor- en nazorg onmisbaar. Ook voor de ondernemende zelfstandige opticien lijkt in dit complete oogzorgtraject een kans weggelegd, mits hij zich in de materie verdiept en nauw gaat samenwerken met de huisarts en de oogarts. Zoals ook bij andere aandoeningen in de zorg kunnen geïntegreerde zorgtrajecten ontstaan in de eerste en een gedeelte van de tweede lijn[4].
Zonnebrillen als groeimarkt
Momenteel koopt slechts één op de drie mensen zijn zonnebril bij de opticien. Dit betekent dat de zonnebrillenmarkt, in verhouding met de markt voor ander optische artikelen, te maken heeft met veel verschillende aankoopkanalen buiten de optiek. Een teken dat hier volop kansen liggen voor de opticien. Zeker wanneer je kijkt naar de omvang van de groep zonnebrildragers die niet bij de opticien koopt: dit zijn maar liefst 4,2 miljoen consumenten.[5]
Mode
Het modeaspect wordt steeds belangrijker binnen de optiekbranche. Dit uit zich zowel op het terrein van (de verlichting en belichting van het) winkeldesign, als in trends op het gebied van brillenmode.
Steeds meer optiekzaken profileren zich als ‘modewinkel die brillen verkoopt’. Mensen zouden, net als in andere modezaken, gewoon even binnen moeten kunnen lopen om rond te kijken. Binnen de optiekbranche geldt namelijk nog altijd dat het merendeel van de mensen die een optiekzaak binnenstappen ook nadrukkelijk een bril nodig heeft. Door als optiekzaak mode uit te stralen middels een uitnodigend winkeldesign, komen steeds meer mensen kijken zonder specifieke noodzaak daartoe. De meer op mode gerichte optiekzaken zien graag dat mensen gaan ‘shoppen’ voor brillen. Dit kan een impuls geven aan de verkoop.
Naast winkeldesign spelen optiekzaken ook sterk in op het modeaspect van brillen. Modetrends worden sterk uitgelicht in de vakbladen, maar ook in de zogenaamde glossy’s wordt de consument geïnformeerd over de laatste trends op brillengebied. Al een aantal jaren is de bril een modeartikel dat mag opvallen. Het hebben van meer dan één montuur is geen uitzondering meer. Duidelijk is dat de bril moet passen bij het imago en de merkbeleving van de klant. De ene keer moet een bril zakelijkheid en intelligentie uitstralen, de andere keer zelfbewustzijn en kracht. Naast gevoel en beleving van de klant zijn uiteraard ook prijs, deskundigheid, kwaliteit en service belangrijke motieven voor de klant. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in optiekbedrijven steeds vaker meerdere collecties per jaar worden aangeboden.
Optiek en audiciens
In de optiekbranche wordt op verschillende manieren ingesprongen op de ontwikkelingen in de markt om zich te kunnen onderscheiden van de concurrent. Eén van de manieren om je als optiekzaak te onderscheiden, is door de combinatie te zoeken tussen de verkoop van brillen en de verkoop van hoortoestellen. Voor ondernemende opticiens is dit interessant omdat de markt voor hoortoestellen, met name door de vergrijzing en toenemende lawaaibelasting onder jongeren, te typeren is als groot en groeiend. Een markt met volop kansen dus. Uit EIM-onderzoek blijkt dat in 2008 al 16% van de optiekzaken een aparte verkoopruimte had voor hoortoestellen en dat al bijna 30% van alle hoortoestelaankopen door de consument gedaan werd in een optiekzaak. [6]
Het betreden van de audiciensbranche is echter niet eenvoudig. Er zijn diverse partijen om rekening mee te houden: zorgverzekeraars, zorgaanbieders, leveranciers van hoortoestellen, cliëntvertegenwoordigers, etc. Ook is er sprake van kwaliteits- en erkeningscriteria. Zo is er de Stichting Audicienregister (StAr) die audiciens registreert en audicienbedrijven kwalificeert. Om ingeschreven te zijn, moet de audicien onder andere het diploma Vakbekwaam Audicien hebben volgens de laatste kwalificatie-eisen. Zorgverzekeraars kijken steeds meer naar dergelijke certificering. Naast StAr bestaat ook het keurmerk Trinity, dat de Unie van Filiaal- en Franchise Optiekbedrijven (UFON) namens haar leden heeft laten ontwikkelen. Hierbij worden (nog) geen specifieke eisen gesteld aan opleidingen voor audiciens.
Meer optometristen
Een trend die al jaren in de optiekbranche zichtbaar is, is de steeds verdere toetreding van de optometrist tot de optiekmarkt. Door deze ontwikkeling kan er in de optiekbedrijven betere oogzorg worden geboden, hetgeen de kwaliteit van het eindproduct verder ten goede komt.
Prijsconcurrentie
Momenteel vindt er aan de onderkant van de markt stevige prijsconcurrentie plaats. Aanbieders als Eyelove Brillen en Eyes and More hebben een nieuw concept geïntroduceerd waarbij via een shop-in-shop formule brillen worden verkocht. Dat er sprake is van grote concurrentie wordt onderstreept door het feit dat Eyelove Brillen inmiddels failliet is verklaard. Bij Eyelove Brillen was het zelfs zo dat er voor de opticien geen plaats meer was; door deze weg te laten konden brillen worden aangeboden tegen vaste lage prijzen. De consument had alleen wel een bestaande bril of de gegevens uit een recent oogmetingrecept nodig om binnen 14 dagen een bril op te kunnen halen.
Trends in consumentengedrag
Ontwikkelingen in consumentengedrag zorgen ervoor dat ook de optiekbranche in beweging moet blijven en hierop moet inspelen. Branchevereniging NUVO heeft daarom onderzoek laten doen naar de ontwikkelingen in consumentengedrag en de veranderingen in de Nederlandse retailcultuur, en dan specifiek in de optiekbranche. Het onderzoek werd uitgevoerd door Q&A Research & Consultancy en geeft inzicht in de trends voor de komende 10 jaar. Hieronder in het kort de tien belangrijkste trends[7]:
|
Trend |
Toelichting |
|
Individualisering
|
De consument is een individu met specifieke wensen en behoeften en wil graag maatwerk. |
|
Crosschannel
|
Het internet biedt veel nieuwe mogelijkheden. Een goede combinatie tussen online- en offlineverkoop is de toekomst. |
|
De digitale superconsument |
Het oriëntatie- en zoekproces van de consument is onder invloed van het internet veranderd. De consument is een goed geïnformeerde expert geworden. |
|
Einde van de piramide |
De samenstelling van de bevolking verandert. Ouderen gedragen zich meer als jongeren en visa versa. |
|
Glocalisering |
Combinatie globaal/lokaal. Retailers hebben toenemende mogelijkheden om wereldwijd te kopen en te produceren. |
|
Prioriteit
|
De consument heeft minder tijd en wil hier efficiënter mee omgaan. Openingstijden moeten hierop aansluiten. |
|
Transparantie
|
De consument wil inzicht in prijs, kwaliteit, service en producten om zich bewust te zijn van wat er gekocht wordt. |
|
Het nieuwe midden |
Het midden van de markt is veranderd. Retailers moeten sterker de keuze maken tussen hoog of laag segment. |
|
Consuminderen
|
De retail krijgt te maken met hoge grondstofkosten terwijl de consument prijsbewuster wordt. |
|
Nieuwe markten |
Wereldwijd zijn er diverse interessante opkomende markten waarin de koopkracht de komende jaren enorm toeneemt. |
Titelbescherming
Om het vak van opticien en contactlensspecialist goed uit te kunnen oefenen is een gedegen opleiding vereist. De beroepen zijn momenteel echter nog niet gereguleerd, wat betekent dat iedereen (ook ongediplomeerd) ogen mag meten en contactlenzen mag aanpassen. Voor de consument is het daarmee lastig om onderscheid te maken in kwaliteit.
Binnen branchevereniging NUVO is daarom de werkgroep Titelbescherming actief met de lobby om bepaalde handelingen in de optiekbedrijven voorbehouden te laten zijn aan gediplomeerde medewerkers. Op het moment probeert zij dit via het Hoofd Bedrijfsschap Ambachten (HBA) te regelen. Het HBA kan namelijk als Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie (PBO) een branchebrede verordening opleggen en handhaven. De beslissing is door het HBA echter in de wacht gezet in verband met onduidelijkheid over het voortbestaan van deze organisatie. Mocht het om deze reden geen doorgang vinden dan is een alternatieve route om via de Europese Commissie te komen tot Europese eisen met betrekking tot de beroepsuitoefening.