Technologische vooruitgang
De afgelopen jaren zijn de technische mogelijkheden bij hoorproblemen toegenomen. Zo kunnen hoortoestellen via technieken als Bluetooth verbonden worden met telecommunicatieapparatuur en computers. Bij tweezijdige aanpassingen kunnen hoortoestellen steeds beter met elkaar communiceren, waardoor de cliënt in drukke en lastige situaties steeds prettiger kan horen.
Psychologie van de slechthorende
De beschikbaarheid van een breed scala aan oplossingen en technologie is een belangrijke stap voorwaarts. Wel is het van groot belang om niet alleen uit te gaan van een hoorverlies dat gecompenseerd moet worden, maar ook van problematische situaties waarvoor de slechthorende een oplossing zoekt. Daarna is pas de vraag aan de orde welke oplossingen mogelijk zijn en welke technologie daarbij past.
Het gaan dragen van een hoortoestel betekent voor de cliënt een gedragsverandering. De audicien kan de slechthorende bij deze gedragsverandering helpen door communicatie, gesprekstechnieken, motiverend interviewen en probleemexploratie. Om bij de belevingswereld van de cliënt te kunnen aansluiten, om klachten te kunnen herleiden en om te begrijpen waar weerstanden zitten, is kennis van de psychologie van de slechthorende onmisbaar. Daarnaast is het belangrijk te onderzoeken in welke fase de cliënt verkeert wanneer hij bij de audicien binnenkomt. Vaak is men wel gemotiveerd, maar wordt er om verschillende redenen te lang gewacht met het zetten van de stap naar de audicien. Het stellen van consequentievragen is nodig omdat de cliënt op den duur de hoorproblemen, door gewenning, niet meer als echt probleem ziet.
Steeds meer wordt de waarde van een goed intakegesprek erkend. Een gedegen tijdsinvestering aan het begin is een goede service aan de cliënt en kan bovendien het totale aanpastraject verkorten. Dit zou tot lagere kosten kunnen leiden.
Kwaliteitseisen
In 2009 is de zogenaamde Veldnorm Hoortoestelverstrekking opgesteld. De Veldnorm is ontwikkeld door een groot aantal partners in de keten van hoorzorg. Hierin zijn afspraken gemaakt over de normen waaraan de Nederlandse audiologische zorg moet voldoen. Het doel van deze veldnorm is een kwalitatief goede en betrouwbare hoorzorg. Samen met de eisen die door de Stichting Audicienregister (StAr) zijn geformuleerd voor de beroepsuitoefening van audiciens en voor audicienbedrijven ligt er een heel pakket aan eisen voor de hoorzorg. Vanuit de branche en het omliggende veld wordt daarmee stevig ingezet op het handhaven en verbeteren van de kwaliteit. Gezien het groeiende aantal StAr geregistreerde audiciens en audicienbedrijven lijkt de wens naar onderscheidend vermogen in de branche groot.
Ook de rol van de zorgverzekeraar speelt hierin een grote rol. Steeds meer zorgverzekeraars stellen certificering als voorwaarde voor vergoeding. Dit betekent in de eerste plaats dat ook de zorgverzekeraars willen uitgaan van een hoorprobleem en van het professionele advies dat bij dat probleem past. Dan staat de maximale vergoeding niet meer voorop. Ten tweede moet het een kwalitatief goede oplossing zijn. Steeds meer verzekeraars vinden dat een kwalitatief goede oplossing alleen door goed gekwalificeerde audiciens kan worden gegeven. Zij vragen van het audicienbedrijf daarom dat de hulp geboden wordt door een gecertificeerde audicien. De kwaliteitseisen worden dan gekoppeld aan de mogelijkheid om voor extra vergoeding in aanmerking te komen, bovenop de wettelijke vergoedingsnorm.
Triage audicien
Steeds vaker krijgt de audicien te maken met "triage". Het betreft cliënten die zonder tussenkomst van een voorschrijver voor een hoortoestelaanpassing in aanmerking komen.
Veelal zijn het 'vervangingscliënten', maar steeds meer zorgverzekeraars staan ook al toe om 'nieuwe' cliënten volgens dit protocol te bedienen zonder recept van een kno-arts of audiologisch centrum. De trend is dat de audicien, bij deregulering van de zorg, meer en meer de eerste lijn zal zijn die de cliënt ziet. De audicien zal dan ook moeten beoordelen of de cliënt direct geholpen kan worden met een hoortoestelaanpassing of dat er indicaties zijn voor vervolgonderzoek door de kno-arts of een audiologisch centrum. Om ziektebeelden en bijzonderheden te onderscheiden van 'normaal' gehoorverlies, moet een triage-audicien goed geschoold zijn in de audiometrie en otoscopie.
Functiegerichte verstrekking
In april 2010 adviseerde het College voor zorgverzekeringen (CVZ) de minister in zijn rapport 'Hulpmiddelenzorg 2010' om de wetgeving met betrekking tot de hoortoestelverstrekking functiegericht te maken en volledig in de basisverzekering op te nemen. Dit in tegenstelling tot de huidige productgerichte omschrijving in de Zorgverzekeringswet. Slechthorenden zouden recht moeten hebben op hulpmiddelen om stoornissen in de hoorfunctie te corrigeren en beperkingen in het luisteren en gebruik van communicatieapparatuur te compenseren. Vergoedingslimieten zouden daarmee verdwijnen en een protocol zou zorg moeten dragen voor consistentie in, en verantwoording van, keuzes voor bepaalde oplossingen.
In de audicienbranche werd dit voorstel met gemengde gevoelens ontvangen. Voorstanders als de Nederlandse Vereniging Voor Slechthorenden (NVVS) gaven aan dat er door gereguleerde marktwerking voor elke variant van een aandoening een passende verstrekking zou zijn, tegen een marktconforme prijs. Het zou een einde maken aan een verstrekkingensysteem dat kwaliteit, doelmatigheid en transparantie blokkeert.
De Nederlandse Vereniging van Audicien Bedrijven (NVAB) gaf aan dat het CVZ-advies een aantal positieve elementen voor gebruikers met zich mee zou brengen, maar wees ook op risico's. Zo zou de keuzevrijheid van de consument worden beperkt doordat alleen rekening wordt gehouden met objectieve criteria en niet met de voorkeuren en ervaringen van de slechthorende. Ook wijst de NVAB op een potentiële kostenstijging van honderden miljoenen als gevolg van de afschaffing van vergoedingslimieten.
De toenmalige minister van VWS nam het advies van het CVZ niet over, omdat het zou leiden tot meerkosten waarvan de hoogte nog onduidelijk was, en vroeg het CVZ de financiële effecten nader door te rekenen. Binnenkort zal het bijgestelde CVZ-rapport 'Advies afschaffing vergoedingslimieten hoorhulpmiddelen' aan de minister worden aangeboden met daarin ramingen van de meerkosten en suggesties om deze te compenseren.
Buitenlandse markttoetreders
Dat er sprake is van een groeimarkt is ook in het buitenland niet onopgemerkt gebleven. Zo heeft het Duitse KIND Hörgeräte zijn pijlen inmiddels ook gericht op de Nederlandse markt en gaat Trinitie vanuit KIND starten met het opzetten van KIND-winkels in Nederland.
De winkels krijgen een tweeledige functie: een zelfstandige audicienbedrijf (StAr-gecertificeerd) en het functioneren als leerbedrijf van waaruit audiospecialisten en andere leerlingen hun reguliere audicienopleiding kunnen gaan volgen. Vanuit de op te starten winkels wil men het franchiseconcept verder gaan doorvoeren.