Het aantal slechthorenden in Nederland is de afgelopen jaren toegenomen. Niet alleen ouderen hebben last van slechthorendheid. Ook steeds meer jongere mensen kunnen problemen krijgen met het gehoor door bijvoorbeeld werken in een lawaaierige omgeving of het langdurig luisteren naar luide muziek.
Een audicien weet alles van mogelijke hulpmiddelen bij slechthorendheid, zoals hoortoestellen, speciale telefoons, hoorbrillen, weksystemen en ringleidingen. Om te kunnen bepalen welk hulpmiddel bij de cliënt past, moet een audicien goed naar de cliënt luisteren en kijken. Het kan namelijk zijn dat de cliënt als gevolg van een ziekte plotseling last heeft gekregen met het horen. De cliënt moet dan eerst naar een huisarts of specialist. Daarna meet de audicien met verschillende meetinstrumenten precies hoe goed de cliënt kan horen. Op basis van de meetuitkomsten stelt de audicien een hoortoestel af.
Ook om onnodige gehoorschade te voorkomen kun je terecht bij de audicien. Hij kan je advies geven, maar ook oordoppen maken, precies op maat.
Wat doe je als Audicien?
Als audicien werk je in de winkel, in een ruimte met meetapparatuur en in de werkplaats. Het werk van de audicien is dan ook veelzijdig. Je spreekt veel cliënten, onderzoekt de hoorproblemen en geeft advies, je maakt oorafdrukken, stelt hoortoestellen af en repareert ze. Als je als audicien de manager bent van een vestiging, houd je je ook bezig met het bedrijfsbeheer.
Bij dit alles heb je als audicien intensief contact met cliënten. Het is van belang dat je iedere cliënt goed voorlicht en dat klantvriendelijk bent. Aan het verkopen van een hoortoestel gaat vaak een lang proces vooraf. Het is van belang dat je je goed inleeft in de situatie van de cliënt en geduldig bent. Om de cliënt goed te adviseren over hoortoestellen, randapparatuur en preventie van gehoorbeschadiging houd je de snelle ontwikkelingen in je vakgebied bij.
Winkelwerkzaamheden
Als audicien voer je een screeningsonderzoek uit bij de cliënt, waarbij je middels vragenlijsten en screeningsaudiometrie adviseert over vervolgacties. Je maakt oorafdrukken (nadat is besloten dat een oorafdruk veilig en verantwoord kan worden gemaakt) en controleert de oorafdruk op geschiktheid voor het vervaardigen van een oorstukje. Deze heb je nodig om een hoortoestel goed passend te maken. Maar je hebt ook een oorafdruk nodig om zwemstukjes te maken, bijvoorbeeld voor kinderen met buisjes en voor gehoorbeschermers, bijvoorbeeld voor mensen in de bouw.
Verder spoor je als audicien storingen op aan audiologische hulp- en randapparatuur. Je bevraagt de cliënt naar zijn klachten en vraagt door wanneer de cliënt niet goed duidelijk kan maken wat de klachten zijn. Je onderzoekt of de klachten veroorzaakt worden door slecht functionerende apparatuur of bijvoorbeeld door een verslechterd gehoor.
Ook herstel je kleine storingen en onderhoud je hoortoestellen. Je reinigt en vervangt onderdelen, zoals batterijen, filters en slangetjes. Daar waar mogelijk repareer je zelf onderdelen. Meer complexe reparaties besteed je uit.
Audiometrie
Wanneer een cliënt zonder verwijzing binnenkomt, voer je een intakegesprek. Naast het verzamelen van de persoonsgegevens en het informeren over de dienstverlening breng je de historie van de slechthorendheid in kaart en vorm je zo een beeld van de algemene gezondheidstoestand en eventuele ziekten en handicaps van de cliënt. Ook achterhaal je de exacte vraag, wensen en verwachtingen van de cliënt. Op basis van de informatie uit deze intake en anamnese bepaal je of audiologisch onderzoek moet plaatsvinden.
Als de cliënt door is verwezen, verifieer je de aangeleverde gegevens. Daarna stel je vast of en welk onderzoek aanvullend nodig is om een goed beeld te krijgen van de slechthorendheid.
Door audiometrisch onderzoek stel je het gehoorverlies vast en trek je conclusies over het gehoorverlies en de bijbehorende behandeling.
Otoscopie
Als audicien voer je ook een otoscopische inspectie uit. Dit houdt in dat je de oorschelp, de gehoorgang en het beeld van het trommelvlies inspecteert. Je kijkt of er zichtbare afwijkingen zijn. Ook let je op een afwijkende geur die kan duiden op ziekten of ontstekingen. Eventueel verwijs je de cliënt door naar een specialist.
Hoortoestelaanpassing
Uit de gegevens van de onderzoeken stel je een revalidatieplan op dat je duidelijk aan de cliënt uitlegt. Je stelt de hoortoestellen af op basis van klachten en opmerkingen van de cliënt en je metingen. Soms heb je een complete receptuur van een andere specialist gekregen.
Tijdens de gewenningsperiode begeleidt de cliënt en zijn naaste omgeving en toetst of de revalidatie voldoet aan de verwachtingen. Als het nodig is pas je het hoortoestel en het revalidatieplan aan. Je geeft advies over het gebruik en onderhoud van de apparatuur en over de akoestische aanpassing van de woonruimte of werkplek. Ook geef je advies over de communicatie met huisgenoten en anderen en wijs je cliënten op het bestaan van organisaties voor slechthorenden en lotgenoten.
Aan het eind van het revalidatieproces evalueer je samen met de cliënt het eindresultaat en toets je dit aan de verwachtingen van de cliënt.
Ondernemerschap
Als manager draag je ook de verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen in het audiciensbedrijf. Je zorgt er zelf voor dat het bedrijf een succes wordt: je promoot je bedrijf, je onderhandelt met leveranciers, je controleert de leveringen en houdt de voorraad en de administratie netjes op orde. Je geeft leiding aan het personeel van de vestiging. Ook ben je voortdurend op zoek naar kansen in de markt en probeer je deze zo goed mogelijk te benutten. Waar mogelijk verbeter je de service of kwaliteit van je bedrijf.