Nederland telt ongeveer 1,4 miljoen mensen van 18 jaar en ouder met een hoorprobleem[1]. Ouderdom is de meest voorkomende oorzaak. Van de mensen van 60 jaar en ouder is 25% slechthorend. Bij mensen van 75 jaar en ouder gaat het al om 60% en op een leeftijd van 85 jaar zelfs om 75%. Naast ouderdom kunnen ook familiaire aanleg, ziekte, een ongeval of langdurige blootstelling aan lawaai of ouderdom slechthorendheid veroorzaken.
Momenteel gebruiken in Nederland zo’n 650.000 mensen een hoortoestel, waarbij het in 80% van de gevallen gaat om twee toestellen. Dit huidige gebruikersaantal geeft aan dat 750.000 slechthorenden (54% van het totaal) nog geen hoortoestel dragen. Vooral ouderen stellen een bezoek aan een KNO-arts of audicien vaak lang uit.
Omzetontwikkeling
Jaarlijks worden er zo’n 190.000 hoortoestellen aangemeten in Nederland. Zoals tabel 1 laat zien, kostte een hoortoestel in 2009 gemiddeld 1019 euro. Dit bedrag is inclusief btw en exclusief eventuele kosten voor reparaties en oorstukjes, gemiddeld respectievelijk 125 euro en 60 euro.
Tabel 1: Gemiddelde totale kosten per hoortoestel (2009)[2]
|
|
Aantal |
Kosten |
Totaal |
|
Hoortoestellen (deels ten laste van Zorgverzekeringswet) |
188.500 |
€ 1.019 |
€ 192.082.000 |
|
Reparatiekosten |
131.900 |
€ 125 |
€ 16.488.000 |
|
Oorstukjes |
272.600 |
€ 60 |
€ 16.356.000 |
|
|
|
|
€ 224.926.000 |
De dienstverlening die de audicien levert is inbegrepen in de toestelprijs. Die dienstverlening bestaat onder meer uit:
De gemiddelde reparatiekosten daalden de laatste jaren doordat hoortoestellen steeds minder gevoelig zijn geworden voor ontregelingen van buitenaf. Een van de belangrijkste oorzaken van storing in hoortoestellen is (transpiratie-)vocht. De huidige generatie hoortoestellen is daar veel beter tegen beschermd, door bijvoorbeeld het gebruik van nanocoating.
De totale brancheomzet kwam in 2009 neer op ongeveer 225 miljoen euro. Van deze totale omzet is in 2009 vanuit de zorgverzekeringswet 108,5 miljoen vergoed voor (het aanmeten van) hoortoestellen. De resterende 116,5 miljoen euro is deels vergoed vanuit aanvullende verzekeringen en deels door eigen bijdragen van gebruikers.[3]
De afgelopen jaren is de totale brancheomzet toegenomen. Verwacht wordt dat deze trend ook de komende jaren zal doorzetten. Zo is er sprake van een toenemend aantal slechthorenden als gevolg van de vergrijzing en door lawaaibelasting bij jongeren. Daarnaast is er ook sprake van een grote groep slechthorenden die, om uiteenlopende redenen, de weg naar de audicien nog niet hebben gevonden. Doordat er steeds meer geïnvesteerd wordt om deze doelgroepen in de winkel te krijgen zal dit vermoedelijk verder bijdragen aan de stijging van het aantal gebruikers van auditieve hulpmiddelen zoals dat ook over de afgelopen jaren al het geval is geweest.
Aantal ondernemingen
De audicienbranche telt ruim 160 ondernemingen. Deze ondernemingen hebben echter samen wel ruim 700 op hoorzorg gespecialiseerde vestigingen in Nederland[4]. De grootste spelers zijn Beter Horen en Schoonenberg Hoorcomfort, elk met respectievelijk ruim 250 en 200 vestigingen. Ook zijn onder HoorProfs meer dan 150 zelfstandige audiciens verenigd.
Het aantal ondernemingen verschilt door de jaren heen nauwelijks. Er zijn wel geregeld nieuwe toetreders tot de markt, maar het komt ook voor dat zelfstandige ondernemingen door ketenbedrijven worden overgenomen. Het aantal vestigingen kent wel al jaren een stijgende trend. Met name de ketenbedrijven hebben de afgelopen jaren het aantal vestigingen uitgebreid en de verwachting is dat deze trend zich ook de komende jaren zal voortzetten. Dit niet in de laatste plaats omdat de groep slechthorenden in Nederland om eerder genoemde redenen groot en groeiende is.
Deze groeimarkt is ook in de optiekbranche niet onopgemerkt gebleven. Steeds meer wordt daar de combinatie gezocht tussen de verkoop van brillen en de verkoop van hoortoestellen. De hierboven genoemde vestigingsaantallen geven daarom nog geen compleet beeld van het aanbod in de audicienbranche. Naast de speciaalzaken die zich zuiver en alleen op hoorzorg richten, zijn er binnen de optiekbranche ketenbedrijven en zelfstandige ondernemingen die zich zowel op ‘zien’ als op ‘horen’ richten. Uit onderzoek in 2008 blijkt dat 16% van de optiekzaken al een aparte verkoopruimte had voor hoortoestellen. Daar werd bijna 30% van alle hoortoestelaankopen door de consument gedaan[5].
De bekendste optiekketens met hoorzorg zijn Hans Anders (ruim 140 vestigingen) en Specsavers (ruim 80 vestigingen). De zelfstandige optiekzaken met hoorzorg worden geschat op ongeveer 200 actieve vestigingen[6]. Hierbij dient te worden opgemerkt dat dit veelal gaat om servicepunten met een bezetting van één dag per week. Een voorbeeld zijn de ruim 130 zelfstandige opticiens die volgens de Trinitie-formule hoorzorg aanbieden waarbij de opticien het voortraject doet en de aanpassing door een (ambulante) audicien gebeurt.
Bron: SVGB (2011)
Het hiervoor weergegeven diagram schetst ruwweg de verdeling van bedrijven met hoorzorg naar aantal vestigingen. Dit aantal is overigens geen afspiegeling van het marktaandeel. Het financieel marktaandeel van de audicienspeciaalzaken is verreweg het grootst.
De Nederlandse Vereniging voor Audicien Bedrijven (NVAB) vertegenwoordigt ruim 95% van de aanbieders op de markt voor hoortoestellen in Nederland.